Onder studenten met ‘leverage’ geen leenvrees

 

Afgelopen dagen stond er in vrijwel elke krant een stuk over een rapport van het Nibud dat afgelopen vrijdag werd gepresenteerd waaruit bleek dat studenten steeds meer en makkelijker lenen en die lening ook steeds vaker gebruiken voor zaken die niet direct met de studie te maken hebben (zie ook: ‘Rijbewijs halen met geld van ‘Ome DUO’’ in de NRC van 1 september 2017). Deze ‘verdwenen leenangst’ zorgt ervoor dat men spaart, op vakantie gaat en rijbewijzen haalt met het geld dat DUO uitleent tegen een extreem lage rente.

Nu is dit wel een vrij eenzijdige interpretatie van het rapport. De suggestie lijkt dat studenten het eigenlijk zo breed hebben, dat ze van gekkigheid niet weten wat ze moeten doen met het geld van al die publiek gefinancierde leningen, maar een andere verklaring lijkt net zo logisch: de resultaten uit het Nibud rapport laten zich anders lezen wanneer men in ogenschouw neemt dat de studenten voor wie de studiebeurs het hardst nodig is, zich steeds minder inschrijven voor het hoger onderwijs. Al veel eerder bleek namelijk dat de invoering van het leenstelsel vooral negatieve gevolgen had voor de instroom van studenten uit kwetsbare groepen en voor de doorstroom van mbo’ers naar het hoger onderwijs (zie de monitorrapportage uit 2016). Dit zijn bij uitstek de groepen voor wie de financiering van een studie een fikse opgave is en die in mindere mate kunnen rekenen op een bijdrage van de ouders.

Zelfs het hoogste leenbedrag is nauwelijks toereikend om in een stad als Amsterdam te wonen, te studeren en te leven. Voor de studenten die fors gesteund worden door hun ouders, is de DUO lening gedeeltelijk een extraatje en dit zijn bovendien bij uitstek vaak de jongeren die opgroeien met het idee dat ze later dezelfde mate van financiële zekerheid zullen verwerven als hun ouders. Een schuld van 50000 euro lijkt minder significant wanneer het bijvoorbeeld normaal is dat er regelmatig een auto voor een dergelijk bedrag gekocht wordt. Dit is ook een groep voor wie de kapitaaloverdracht steeds vroeger begint: zo zien veel ouders zich door de kamernood genoodzaakt om een koophuis te financieren voor hun kind; bovendien is dit door de lage rente, de snel stijgende prijzen en de soepelere regels rond schenkingen, een aantrekkelijke belegging.

Ook de overheid zendt hier al jaren dubbele signalen uit. Het Nibud spreekt nu van voorlichting om verantwoord te lenen, maar toenmalig Minister van Onderwijs Ronald Plasterk stuurde ooit brieven rond aan alle studenten om de leenangst te sussen. Het zouden leningen zijn waar je eigenlijk verder weinig last van had en die je eenvoudig terugbetaalde zodra je een baan kreeg na de studie. Ook volgens Minister Bussemaker moet men een lening gewoon zien als een ‘investering in de toekomst’. Het is daarom niet vreemd dat studenten de lening van DUO niet exclusief als studiebijdrage zien, maar als geld dat ze vrij kunnen investeren in hun toekomst. Zorgelijker is dat de studenten voor wie een dergelijke lening grote reële gevolgen zou kunnen hebben in de eerste 35(!) jaar na hun studie, steeds vaker menen dat risico niet meer te kunnen dragen en zo langzaam uit de statistieken verdwijnen.

Leave a Reply